Isoleren. De specialist weet raad Isoleren is één van de beste verbeteringen die je aan een woning kan doen. En bovendien kan je zelf al heel wat bereiken. Isolatiespecialist David Verhoeven legt uit waar je op moet letten. “Over het waarom van isoleren is iedereen het ondertussen eens. Het doet je wooncomfort stijgen, je stookkosten dalen, én het is een goede zaak voor het milieu. Bovendien kan je voor isolatieklussen rekenen op financiële steunmaatregelen. Maar eigenlijk mag dit niet de doorslag geven. We moeten durven denken aan overmorgen.” |  |
Staat van je woning inschatten
“Wil je precies weten wat het isolatieniveau van je woning is, dan kan je een energieaudit laten uitvoeren. Hiermee ken je de energieprestatie van de woning en heb je meteen een zicht op mogelijke ingrepen om deze te verbeteren. Uit ervaring weet ik dat bij bestaande (oude) woningen het resultaat vaak nagenoeg hetzelfde is.”
Eerst het dak
“Hoe je nu het best te werk gaat? Doe eerst en vooral iets aan de dakisolatie! Dat rendeert het snelst en het is ook de goedkoopste investering. Je dak, plat of hellend, is het deksel van je woning. Een hellend dak is wel makkelijker te isoleren dan een plat dak. En het is echt iets wat je mooi zelf kan doen.”
Is het dak geïsoleerd, dan raadt David aan om achtereenvolgens deze problemen aan te pakken:
- Isoleer de muren, als het om een niet-geïsoleerde spouwmuur gaat: je kan werken met buitengevelisolatie, maar dat is géén doe-het-zelfklus. Of je kan de spouwmuur laten na-isoleren, maar ook hiervoor moet je een gespecialiseerde firma raadplegen. Het isoleren langs de binnenkant met behulp van gipskartonnen voorzetwanden kan. “Maar hiermee mag je zeker niet overdrijven”, waarschuwt David Verhoeven. “Je maakt dan geen gebruik meer van het warmtebufferende vermogen van je stenen en creëert dus eigenlijk een thermoseffect. Geen echte aanrader.”
- Isoleer de vloer: dit kan langs de onderkant als de vloer onderkelderd is (zie klus ‘Betonvloer isoleren via kruipkelder’). Een vloer op volle grond isoleren is niet evident. “Dit is alleen bij zeer ingrijpende renovatiewerken aangewezen”, stelt David Verhoeven. “Alleen om het isolatieniveau te verhogen, is het uitbreken van de volledige vloer en draagvloer een zinloze kost.”
- Vervang de beglazing: enkel glas is uit den boze, net als slecht sluitend schrijnwerk (zie onze klus ‘Raamkozijn vervangen’). “De beste beglazing presteert in verhouding tot echte isolatie nog steeds slecht”, weet David Verhoeven. “Maar als de rest geïsoleerd is, moeten het schrijnwerk en de beglazing ook op een goed niveau zitten. Anders krijg je problemen, zoals condensatie.”
- Vervang je oude cv-ketel door een condensatieketel: maar alleen als aan bovenstaande stappen voldaan is.
Werk voor de klusser
“Het plaatsen van dakisolatie is de meest geschikte doe-het-zelfklus”, vindt David Verhoeven. “Zeker als het om een hellend dak gaat. Gebruik je de zolder niet, dan kan je beter de zoldervloer isoleren. Zo hoef je de ongebruikte zolder niet te verwarmen en is de warmteverliesoppervlakte waarlangs de warmte ontsnapt kleiner dan het dak.” (Raadpleeg onze klussen ‘Zolderwanden (plafond) isoleren’ en ‘Zoldervloer isoleren’) “Zoals gezegd is het mogelijk om ook zelf isolatie aan te brengen aan de binnenzijde van je woning (zie klus ‘Binnenmuur isoleren met voorzetwand’), maar overdrijf dan niet door tegelijk de muren, én de vloer én het plafond op dezelfde manier te isoleren. Want dan creëer je een thermos die ervoor zorgt dat je grote temperatuursschommelingen krijgt van zodra er eens een deur of raam open of dicht gaat.”
Hoe te werk gaan?
“Voor het isoleren van een hellend dak geniet minerale wol volgens mij de voorkeur (glaswol of rotswol). Deze zachte of halfstijve dekens passen zich het best aan de onregelmatige dakstructuur aan. Plaatmaterialen kunnen ook, maar die moeten dan onder het houtwerk doorlopend geplaatst kunnen worden. Probeer ervoor te zorgen dat je hierbij zo weinig mogelijk naden creëert. Bovendien moet je, als je gebruik maakt van kunststof isolatieplaten tegen de keperstructuur, de open ruimte tussen de kepers toch opvullen met minerale wol om condensatieproblemen te vermijden.”
“Bij eender welke dakisolatie moet je een dampscherm voorzien, en dat is des te belangrijker wanneer je een dampdicht onderdak hebt. Want eventueel vocht in de isolatielaag kan hierlangs niet naar buiten migreren, waardoor er op termijn problemen ontstaan. Het beste voorbeeld hiervan is een plat dak met roofing.
Het dampscherm zit altijd aan de binnenkant (warme zijde) van de isolatie en moet zorgvuldig afgekleefd worden. Eén van de grootste miskleunen waarmee ik soms geconfronteerd wordt, is dat de flapjes van de spijkerflensdekens aan de zijkant tegen het houtwerk worden geniet zonder overlap of tape.”
“Vul steeds de volledige dakopbouw met isolatie, tot tegen de dakbedekking of het eventuele onderdak. Het is niet nodig en zelfs nadelig om ruimte open te laten. Want hierlangs kan makkelijk vochtige buitenlucht binnendringen, waardoor condensatieproblemen ontstaan.”
“Je zal merken dat tussen het houtwerk van de meeste traditionele daken slechts 6 of 8 cm isolatie kan worden aangebracht. Je moet dus op één of andere manier deze ruimte groter maken met extra houtwerk of een binnenconstructie. Alleen bij spantendaken is er meestal voldoende ruimte beschikbaar. Deze daken zijn dan ook goedkoper om te isoleren”, aldus specialist David Verhoeven.